Japke-d. Bouma schrijft in NRC.Next en NRC Handelsblad wekelijks een column over hoe te overleven op kantoor. Ze publiceerde twee boeken over de kantoorjungle. Vorig jaar verscheen ‘Uitrollen is het nieuwe doorpakken’ over de ergste jeukwoorden op kantoor, zoals innovatie, corebusiness en sabbatical, tackelen, pitchen, inkoppen, stuurgroepen en klankborden. Volgens Bouma gebruiken de meeste mensen jeukwoorden en kantoorclichés om zichzelf en hun werk belangrijker te maken, of om het werk minder saai te laten lijken. Hierover schreef ze de grappige columniste het boek ‘Ga lekker zélf in je kracht staan’.

Uit het boek nemen we drie kantoorclichés om te zien waar volgens Bouma de pijn zit bij onderwerpen die we op deze website regelmatig bespreken: zelfsturing, staand vergaderen en flexplekken.

Zelfsturende team

Hoe vager er gepraat wordt in een bedrijf, hoe meer er wordt gezelfstuurd.

De woorden in het boek moeten we natuurlijk met een korreltje zout nemen. Bouma schrijft zeer humoristisch, maar in ieder stuk zit een kern van waarheid. Zij meent bijvoorbeeld dat de grootste tragiek van zelfsturende teams is dat ze natuurlijk helemaal niet zelf mogen sturen, maar dat er in de praktijk voortdurend een zenuwachtige manager omheen hangt die het niet uit handen durft te geven. En dat klopt. In de praktijk zie je dat een team zelfsturend wordt genoemd als het uitvoert wat van te voren bepaald is, maar als het team besluit een andere weg in te slaan, wordt er door de manager bijgestuurd. Wie staat er dus aan het roer? Juist de manager.

Staand vergaderen

Het staand vergaderen is een mannenuitvinding. De wraak van de manager die thuis zittend moest plassen.

Staand vergaderen is volgens de auteur de grootst mogelijke onzin. Wordt de inhoud van het werkoverleg beter als je de vorm verandert? ‘Zorg er liever voor dat de vergadering beter wordt dan dat je erbij gaat staan’, schrijf Bouma. Het stukje ‘Waarom staand vergaderen niet werkt’ sluit de auteur af met de tip die navolging verdient: ‘Stop eens een tijdje met vergaderen en kijk wat er gebeurt’.

Flexplek

De middelvinger van iedere baas naar zijn personeel.

Bouma meent dat het is misgegaan op kantoor op de dag dat de flexplek werd bedacht. De auteur rekent ook af met het argument dat flexwerken nodig is omdat er niet genoeg plek is, want “overal in Nederland staan miljoenen meters kantoorruimte leeg. Genoeg om iedereen een eigen plek te geven met een hangmat, vierparkeerplaatsen en een basketbalveldje”.

De enigen die blij zijn met de flexplekken zijn de interieurarchitecten. Uit eigen ervaring weet ik dat werken op een ‘aanlandplek’ vooral een aanslag is op je flexibele lijf, want je moet je in allerlei bochten wringen om comfortabel te zitten.

Het grootste bezwaar tegen de flexplek is volgens Bouma het onpersoonlijke karakter. “Een werkplek is wie we zijn, ons thuis, een spiegel van onze identiteit. Ontneem ons onze identiteit, en je krijgt er kleurloos werk voor terug.”, aldus de schrijfster.

Ga lekker zélf in je kracht staan
Waarom gebruiken de kantoorwerkers jeukwoorden en kantoorclichés? Japke-d Bouma zei hierover bij het televisieprogramma Pauw het volgende: “Het wordt eigenlijk veel gebruikt om te verhullen dat je het niet helemaal precies weet.”

Clichés gebruik je om je er makkelijk vanaf te maken.

‘Ga lekker zélf in je kracht staan’ staat vol met inspirerend bedoelde managementquotes waar we mee moeten stoppen, omdat we vaak niet eens weten wat er precies gezegd wordt. Bouma: “En tegen die collega’s die willen dat we in onze kracht gaan staan, zeggen we dat ze lekker zélf in hun kracht moeten gaan staan. Dan weten we meteen wat het is en hoe het moet.”

Lees het boek Ga lekker zélf in je kracht staan en geniet van de humoristische columns, ga daarna weer lekker door met je werk (vergeet niet het beste uit jezelf te halen) en laat het scrummen, frisdenken, omdenken, storytelling en centraal staan over aan de collega’s en managers die niet het lef hebben om te zeggen waar het op staat.